Ze stond in de startblokken, haar blik op de gleuf in de deur. De trein kwam tot stilstand, de deuren gleden open en meteen sprong ze met een gilletje naar buiten. Ze begon snelheid te maken, zigzaggend tussen kinderen en met een hupje over een koffer. Als er maar genoeg op haar pasje stond. Haar tas had ze in de trein laten liggen, haar telefoon hield ze wel in haar hand. In de verte doemde het gele paaltje al op. Hoelang was ze al onderweg, dertig seconden? Een minuut? Haar weg werd geblokkeerd door twee studenten die heel relaxed in wilden checken. Ze dook er tussendoor en drukte haar pasje met een wanhopige wilskracht tegen het roze logo, terwijl ze slippend tot stilstand kwam. Tuut-tuut. Direct verplaatste ze haar gewicht de andere kant op en richtte ze zich op het staartje van de witte trein. Ze begon weer vaart te maken. De conducteur stond helemaal aan de voorkant, hij kon haar waarschijnlijk net niet zien. Hij begon al rond te kijken, ze had nog 100 meter te gaan. Hij bracht het fluitje naar zijn mond. Op het moment dat het fluitsignaal klonk drukte ze op de knop die nog groen knipperde. De deur gleed open en hijgend struikelde ze naar binnen. Gelukt.
Categories: Geen categorie