“We zijn ruim vier minuten later vertrokken vanaf Schiphol, omdat een of andere súkkel het nodig vond zijn tas tussen de deur te laten zitten”. Hij drukte de intercom weg en meteen had hij spijt van zijn bittere toon. “Maar, verder wel een fijne reis”, voegde hij schaapachtig toe. Verdorie, waarom moest dat nou weer zo. Hij had helemaal geen zin in weer gezeik van boven, dit traject was nou eenmaal vertragingsgevoelig. Hij had zich voorgenomen om zich dit soort dingen minder aan te trekken, dat was vandaag weer mooi mislukt. Dat gejaagde gevoel kon hij moeilijk loslaten, hij besefte zich maar al te goed dat deze vertraging van enkele minuten voor sommige van zijn reizigers op kon lopen tot minstens een half uur. Die studenten dachten allemaal maar dat de wereld om hen draaide, zo’n mafkees die gauw zijn tas tussen de deur gooit zodat hij nog mee kon. Hij voelde de irritatie weer opborrelen. De meeste reizigers dachten alleen maar aan zichzelf en het management boven hem net zo goed, de vertragingspercentages, wat een gezeik weer. Hij zat in z’n eentje zorg te dragen voor alle passagiers, maar wie zorgde voor hem? Met een korte, nijdige beweging drukte hij opnieuw op de knop. “Dames en heren, zo direct station Leiden, we komen daar met vier minuten vertraging aan met dank aan één persoon die het nodig vond zijn tas tussen de deur te gooien.” Hij ademde uit. “Vergeet uw bezittingen niet en een fijne avond.”
Categories: Geen categorie