Interne burn-out dialoog

Stel je voor, je wordt wakker met overal spierpijn, een weeig gevoel in je maag en een hoofd vol watten. Ziek? Misschien. Een terugvalletje is waarschijnlijker, dit is geen onbekende combinatie van gevoelens. Gelukkig een rustige dag voor de boeg, maar er moet wel wat gebeuren.

Efficiënte Planner: “De boekhouding heeft prioriteit. Er moet nog even wat aangepast op je website. Je moet die kleren nog terugsturen naar Zalando, en eigenlijk moeten we ook even naar de sportschool. Vanavond heb je vergadering dus daarvoor moet je dat document nog doornemen, en natuurlijk de rest van je portefueille op orde hebben. Weet je al wat we gaan eten vanavond?”

Realist: “Misschien is het slim om vandaag even rustig aan te doen. Misschien kan je de voorzitter voor vanavond even vragen of jouw dingen als eerste behandeld kunnen worden, zodat je eerder weg kan?”

Perfectionist: “Niet weer he. Je kan niet weer aankomen met hetzelfde geneuzel, ik kan me niet voorstellen dat ze nog steeds blij met je zijn in dat bestuur. En bij je andere opdrachtgevers wil ik al helemaal niet overkomen als een loser, hoe kan het nou dat het alweer mis is gegaan? Je weet toch inmiddels wel beter?”

Efficiënte Planner: “Oh, je hebt voor vandaag ook twee telefoontjes gepland, wel je telefoon in de gaten houden dus!”

Realist: “Die boekhouding moet inderdaad wel gedaan worden vandaag, maar dat is geen uren werk. Kan je niet heel rustig aan, met veel pauze, toch wat doen? Misschien ga je je dan vanzelf wel wat beter voelen”

Perfectionist: “En als het wat beter gaat hoeft niemand te weten dat je er weer zo doorheen zit. Ook niet je ouders hoor, kom op, ik zie die teleurgestelde blikken al voor me. En  het bezorgde advies. Zet maar gewoon dat sterke masker op, dat gaat prima. Zo erg is het nou ook weer niet.”

Realist: “Ook al gaat het beter, misschien is het verstandig om de vergadering vanavond sowieso in te korten, je hebt morgen weer een drukke dag. Misschien kan je vandaag even een uurtje slapen? Ze zullen je er echt niet raar om bekijken hoor, ze weten hoe het zit.”

Perfectionist: “Wat nou als ze je eruit knikkeren? Ik bedoel, dat doen ze niet, want ze hebben al handen te weinig, maar ze vinden écht wel iets van je hoor, en dat is niet positief. De anderen hebben allemaal baby’s van een jaar oud, en zij kunnen het leven wel aan! Wat is er mis met jou?!”

Efficiënte Planner: “Vergeet niet even te checken bij je commissie wat zij nog nodig hebben voor vanavond. Weet je al hoe laat je morgenochtend de trein moet hebben?”

8 dingen die niemand je vertelt over burn-out

Ik ken burn-out inmiddels vrij goed, zowel vanuit persoonlijke als professionele ervaring. “Waarom heeft niemand me dat ooit verteld!”, is iets wat ik zelf vaak heb gedacht en wat ik nog regelmatig van cliënten hoor. Ik had van burn-out zo’n scheef beeld – iets wat achteraf mijn herstelproces behoorlijk in de weg heeft gestaan. Daarom hieronder acht dingen waarvan ik had gewild dat iemand ze me had vertelt.. !

  1. Dat zoveel verschillende dingen een burn-out kunnen triggeren..

Echt niet alleen werk bijvoorbeeld! Een burn-out is uiteindelijk gewoon het uitvallen van de motor omdat alle tankjes leeg zijn. Helaas is het niet zo dat we een los tankje hebben voor al onze activiteiten; opleiding, werk en je thuissituatie, alles put uit dezelfde energiebron. Vaak is het zo dat iemand al een tijdje gebruik maakt van de reservetank. Als er dan iets onverwachts bijkomt blijkt de reservetank (die je eigenlijk had bewaard for a rainy day) al leeg te zijn. In mijn geval was ik al jaren licht overtraind en had ik mijn reservetank net aangesproken voor het afstuderen van mijn master. Twee grote wedstrijden in tien dagen tijd zetten me op scherp, toen daar een virusje bij kwam was het ineens écht te veel. Andere mogelijkheden zijn bijvoorbeeld een stressvolle reis, het plannen van een bruiloft of het krijgen van een mild auto ongeluk. Dat voelt raar, want het gaat toch al jaren goed op die reservetank? Hoe kan zoiets kleins dan ineens een stok tussen de spaken steken?

2. Wat een vicieuze cirkel je lichaam kan zijn.

Stress in je hoofd uit zich onder andere in je lichaam, door bijvoorbeeld het optrekken van je schouders of het onnodig aanspannen van je onderbuik of billen. Daaruit haalt je hoofd de feedback dat er blijkbaar iets spannends aan de hand is waardoor hij nog meer gaat stressen.

Daarnaast is het ook nog eens zo dat stress je in je overleving stand zet, waardoor alles ineens veel belangrijker lijkt. Stress voedt stress. Maarja, eenmaal in die overleving stand is het des te moeilijker om even een stapje terug te doen en op te merken wat er aan de hand is.

3. Welke klachten erbij kunnen horen.

Ik verwachtte wel dat dingen als hoofdpijn en extreme vermoeidheid bij burn-out zou kunnen horen. Spierpijn, extreem emotioneel zijn en overgevoeligheid voor licht en geluid had ik niet direct verwacht maar kon ik nog wel plaatsen. Maar klachten als acute, stekende buikpijn, het gevoel geen lucht te krijgen en enorme vergeetachtigheid, warrigheid, het tijdelijk geen kleur zien en een volkomen onvermogen om uit je woorden te komen waren dingen waar ik enorm van schrok. Wist ik veel dat dat er gewoon bij kon horen! Als je logisch nadenkt is het allemaal niet raar natuur

lijk, bij extreme vermoeidheid gaat je hoofd ook gekke dingen doen. Maar ik merkte bij mezelf en nu bij mijn cliënten dat het juist deze klachten zijn die tot tranen toe kunnen frustreren, die je bang maken en zo weer nieuwe stress opleveren. De best mogelijke reactie hierop is acceptatie van het gevoel en je vasthouden aan het vertrouwen dat dit overgaat.

4. Hoe gemakkelijk en vaak het terug blijft komen.

Want stress verstopt zich echt overal. Het is zo verleidelijk om na een paar goede dagen of weken langzaam maar zeker terug te glijden in je oude patronen. Het enige wat (voor mij, in elk geval) lijkt te werken is je bewust te worden van wat die patronen precies zijn (zie punt 6) en hoe je de eerste signalen van je grenzen kunt herkennen. Op die manier kan je steeds sneller ingrijpen, tot je hopelijk langzaam maar zeker nieuwe patronen in kunt gaan slijten.

5. Hoe moeilijk het is om te herstellen!

Veel mensen die te maken krijgen met burn-out zijn juist

doorzetters. Aanpakkers. Vechters. Helaas werkt dat in herstellen vanuit een burn-out averechts. In veel gevallen is de burn-out mede mogelijk gemaakt door de factoren die ook het herstel verstoren. Perfectionisme bijvoorbeeld, “Ik ga in recordtijd herstellen”. Of een sterk ontwikkelde interne criticus, “Ziek zijn is voor softies, ik heb daar geen tijd voor hoor”. De dingen die nodig zijn voor herstel zijn tijd, rust en zachtheid. Klinkt niet heel ingewikkeld, tot je bedenkt dat dit voor veel mensen met een burn-out zo’n beetje een verandering van identiteit inhoudt.

6. Dat het uiteindelijk een kwestie is van patronen herkennen en doorbreken.

Bijvoorbeeld: mijn interne criticus zorgt ervoor dat ik voor alles enorm mijn best doe. Ik stel hoge eisen aan mezelf, ik ben een harde werker en ik kan mezelf goed over mijn grenzen jagen. Dat doe ik om een goed gevoel over mezelf te krijgen, ik krijg namelijk positieve reacties van buitenaf (“Jeetje, je studie versneld gedaan? Dan ging het je zeker wel makkelijk af. En dan ook nog twintig uur per week trainen om internationaal voor Nederland uit te komen, zo 

zo. Dat kan je wel zien ook, je bent mooi slank hoor! En lenig natuurlijk, ik doe het je niet na!”). Wat ik eigenlijk aan het doen ben is hééél hard werken, omdat ik mezelf zonder al die prestaties niet goed genoeg vind. Waarom ga je over je grenzen? Vaak zijn daar hele logische verklaringen voor te vinden, mensen bewegen namelijk bijna altijd tóé naar dingen die prettig voelen en áf van dingen die onprettig voelen. Wat maakt dat het voor jou prettig voelt om over je grenzen te gaan?

7. Hoe verschillend mensen reageren als je ze vertelt over je burn-out.

Ik, als psycholoog, kreeg van collega’s veelal fantastische reacties. “Wat vervelend, goed dat je voor jezelf kiest”. In de reacties van anderen, vrienden en familie, las ik het onbegrip waar veel cliënten ook mee binnenkomen. Goedbedoelde adviezen (“Even een nachtje lekker slapen en je voelt je vast weer beter”, “Ik heb nog wel een potje vitaminepillen staan, twee keer per dag, gaat echt helpen!”), geschrokken blikken als ik een eerlijk antwoord gaf op de vraag “hoe gaat het” en heel veel onbegrip. “Maar een feestje is toch ook ontspannend? Het is wel mijn verjaardag!”. Vooral het onbegrip na een aantal maanden, “Zit je daar nou nog steeds mee?”. Vaak hoor je van anderen precies wat de kritische stemmetjes in je hoofd ook al weken tegen je zeggen.

8. Hoe burn-out-bevorderend onze cultuur eigenlijk is.

Als topsporter had ik het idee dat een staat van constante vermoeidheid normaal was. “I don’t stop when I’m tired, I stop when I’m done”, “Sleep faster, I recommend”, “Elk moment waarop jij niet aan het trainen bent gebruikt iemand anders om beter te worden”. “When my body gets tired, my mind says: this is where champions are made”. De verhalen van al die mensen die harder hebben gewerkt dan wie dan ook, die slaap hebben opgeofferd voor meer trainingsuren. “To succeed you need determination and 

discipline.” I was succeeding, I was succeeding a little too hard. Die training-montage die in elke motivational film zit, dat was mijn hele leven. Wat daarbij niet in beeld wordt gebracht zijn de rustdagen, de slaap, de hersteltrainingen. In interviews hoor je sporthelden of experts nooit over de momenten tussen het pieken door. Ik wil daarom graag een nieuwe motivational quote toevoegen. “Hard work and dedication is how winners are made. Rest and recovery is how champions are made.”