observatie

Gesprekken met ouders zijn lastig, zelfs voor de meest doorgewinterde coach

Een jonge sporter heeft de selectie niet gehaald, reageert driftig op de scheids of ligt niet lekker in het team – daar wil je het met een ouder over hebben! Zulke gesprekken zijn ontzettend lastig, het is dus ook niet gek dat ik hierover in mijn praktijk als sportpsycholoog van zowel ouders als coaches veel vragen over krijg: Hoe kan ik zulke gesprekken het beste aangaan? Elke situatie kent natuurlijk zijn eigen context en nuance, maar de volgende acht aandachtspunten maken deze gesprekken prettiger voor alle partijen.

8 adviezen voor coach-oudergesprekken.
1. Kondig aan waar je het over wilt hebben. Het menselijk brein voelt zich het prettigst in situaties die voorspelbaar en overzichtelijk zijn, dat voelt namelijk veiliger. Dus, hoe overzichtelijker en voorspelbaarder de gesprekssituatie is, hoe relaxter een ouder het gesprek in zal komen.

2. Bedenk vooraf of de sporter wel of niet bij het gesprek is. Voor het gevoel van autonomie van een kind is het fijn om erbij te zijn, niemand vindt het leuk om lijdend voorwerp van een gesprek te zijn. Echter, soms ligt het onderwerp te gevoelig. In alle gevallen is het goed om het gesprek met het kind voor te bespreken. Vertel vast waar het gesprek over gaat, en leg eventueel uit waarom het zonder hem of haar wordt gevoerd. Wat vindt de sporter belangrijk dat zijn ouders horen? Wat wil hij of zij liever niet met zijn ouders delen?

3. Onderzoek vooraf ook vast hoe jij je bij het gesprek voelt. Wellicht is er een periode van incidenten aan vooraf gegaan, sluimert er bij jou al lange tijd een irritatie of roept een persoon of gespreksonderwerp om andere redenen een gevoel bij je op. Door daar even bij stil te staan is de kans kleiner dat deze gevoelens in het gesprek mee gaan spelen.

4. Wees je bewust van het verschillende perspectief dat een ouder kan hebben. Jij ziet het kind maar in één situatie, jouw beeld kan dus heel anders zijn dan dat van een ouder. Kinderen kunnen zich op hun sportclub bijvoorbeeld veel zelfstandiger voelen dan thuis. Daarnaast heeft een ouder in het maken van beslissingen vaak nog allerlei onzichtbare overwegingen, zoals de schema’s van broertjes of zusjes, school of andere facetten van het leven van een kind.

5. De nummer één conversation-killer is je niet gehoord voelen. Pas zodra de ouder beseft dat je hem of haar serieus neemt zal hij of zij de ruimte voelen om écht naar jou te luisteren. Dus, maak ruimte voor het verhaal van de ouder. Benadruk expliciet dat jullie aan dezelfde kant staan, jullie willen immers allebei het beste voor het kind. Benoem eventueel dat je je realiseert dat jouw beeld van het kind misschien heel anders is dan het hunne en dat je graag samen tot een besluit wilt komen wat voor het kind het beste voelt. Door hier aandacht voor te maken geef je de ouder de ruimte om met jou mee te bewegen.

6. De feedback sandwich! Kritiek is nou eenmaal makkelijker te slikken als het tussen twee smakelijke positieve punten zit. Zorg dat het niet alleen over het probleem gaat, benoem vooral ook waar het kind heel goed in is, of wat hem/haar speciaal maakt.

7. Probeer het probleem los te trekken van het kind. In plaats van: “Tom voelt zich snel aangevallen en wordt dan boos op de scheids”, zeg “Tom heeft last van een boosheid die hem beperkt in het vrijuit voetballen.” Op die manier wordt ‘de Boosheid’ iets wat losstaat van Tom als persoon. Hoe meer ‘het probleem’ een eigen stoel in de ruimte krijgt, hoe makkelijker het voor zowel ouder als kind is om erover te praten.

Tip 6 en 7 gelden natuurlijk ook bij de terugkoppeling van het gedrag van ouders zelf! Door positief te beginnen (“Ik merk dat je ontzettend enthousiast bent voor de sport van je kind,”) maak je het horen van de feedback (“maar we zouden je toch willen vragen langs de lijn minder advies te geven”) een stuk makkelijker. En ook hier kan het helpen het probleem los te trekken van de persoon (“Als ik merk dat dat ‘Enthousiasme’ je weer overkomt, vind je het goed als ik je dan een seintje geef?”).

8. Nazorg wordt bij moeilijke gesprekken vaak vergeten. Check na afloop even hoe iedereen zich voelt, of alle partijen zich gehoord voelen en achter de plannen staan. Maak duidelijke afspraken over het vervolg. Wie doet wat, op welke termijn. Geef eventueel bedenktijd, zeker als het gaat om ingewikkelde keuzes.

Kortom, creëer een bondgenootschap in het gesprek, zorg dat iedereen zich gehoord voelt en geef het ‘probleem’ een eigen stoel.

NL