Link

Delft – Leiden

“Waarom doe ik mezelf dit toch elke keer weer aan”, zegt hij met een glimlach. Inwendig lach ik mee, ik weet hoe leuk hij het vindt. “Zullen we nog even oefenen?” Ik knik. “Hana, dul, set, net”, begint hij op te dreunen. Mijn hoofd voelt wazig, ik ben moe. Deze lessen samen zijn leuk, maar ik kan het niet laten om te denken aan hoe Tobias zijn lessen in de praktijk wil gaan brengen. Ik merk te laat dat hij is stilgevallen. Even trekken mijn wenkbrauwen naar elkaar toe. Shit, wat was vier ook al weer. Dul? Nee, dat was twee. Verdorie, wat is dat toch de laatste tijd. “Da -”, zeg ik bedenkelijk. “Daseot!”, roept hij triomfantelijk. Hij is nu nog maar zestien, maar over een paar jaar is er van alles mogelijk. De waas achter mijn ogen wordt dikker. Wat nou als hij echt weg wil?