Link

Leiden – Zwolle

Opgetogen zaten ze te keuvelen. Heerlijk vond ze het, vooral zo in het openbaar. Francine klonk waanzinnig kakkineus, zijzelf had ook een fijne rollende r, maar Francine spande de kroon. Als ze een uurtje bij Francine was geweest had ze het gevoel dat ze zelf ook een stand was gestegen. Francine was ongeveer tien jaar jonger en stond een treetje hoger op de sociale ladder. Ze zat een verhaal te vertellen, doorspekt met Franse leenwoorden, over de vrouw van de tuinman van het tweede huisje van haar zoon in Bretagne, met een nonchalance waaruit haar gebrek aan relativering duidelijk bleek. “Leuk hoor”, zei ze, haar oo’s consequent klinkend als eu’s. Tijdens hun maandelijkse lunchafspraken kon ze heerlijk wegdromen in de klanken van Francine, net zoals ze vroeger kon bij boeken over hofdames. Het stemgeluid van Francine was voor haar de fysieke representatie van het leven dat ze ook had kunnen hebben, waarna ze zichzelf toch gelukkig prijsde met haar bredere blik op de wereld.